Het museum probeert een beeld te geven van wat er is gebeurd tijdens en na de overstroming van 1 februari 1953. Het museum is gevestigd in de vier caissons die zijn gebruikt voor het sluiten van het laatste gat in de dijken. Het sluiten vond plaats op 6 november 1953. De donateurs zijn verenigd in de "Vrienden van het Watersnoodmuseum ". Zij hebben gratis toegang.
De caissons die hiervoor zijn gebruikt waren afkomstig uit Engeland en oorspronkelijk bestemd voor een landing van de geallieerden bij Oostende in België, die nooit is gerealiseerd.
De caissons zijn eigendom van het Waterschap Zeeuwse Eilanden en in erfpacht bij de Stichting Nationaal Monument Watersnood 1953, die het museum exploiteert.
Caissons zijn eigenlijk betonnen boten. Deze zogenaamde Phoenix-caissons zijn 60 meter lang, 20 meter breed en 20 meter hoog. Na op hun plaats te zijn gebracht, werden ze gevuld met zand, zodat u nu in het museum over dertien meter zand loopt.
Het museum wordt opengehouden dankzij de inzet van heel veel vrijwilligers.
De Deltawerken zijn een verdedigingssysteem in Nederland tegen hoogwater uit zee dat in het bijzonder voor de provincies Zeeland, zuidelijk Zuid-Holland en Noord-Brabant geldt.
Aan de Deltawerken is in totaal 57 jaar gebouwd, bij de oplevering van de Maeslantkering in 1997 werd het project compleet verklaard. Het werkelijke einde van de Deltawerken vond plaats op dinsdag 24 augustus 2010 met de officiële ingebruikname van het laatste opgehoogde stukje zeedijk bij de Friese stad Harlingen, de Harlingsekeerdam. Men kan dus stellen dat vanaf 24 augustus 2010 heel Nederland beschermd is tegen het water zoals dat werd voorgeschreven door de Deltawet. De Deltawet schrijft de hoogte en sterkte voor van de verschillende Nederlandse kunstwerken. Deze deltahoogte is een hoogte die per plaats kan verschillen. De formule is vastgelegd in de Deltawet.
Zierikzee sinds 1971 een beschermd stadsgezicht, staat bekend als monumentenstad.
Voor een relatief kleine stad telt Zierikzee een groot aantal monumenten, 568. Het bekendste monument is de Sint-Lievensmonstertoren, die in de volksmond ook wel de Dikke Toren wordt genoemd. Deze toren lijkt als twee druppels water op de Sint-Romboutstoren in Mechelen.
Ouwerkerk (Zeeuws: Ouwekèrke)is een dorp in de Zeeuwse gemeente Schouwen-Duiveland. In januari 2008 telde het 663 inwoners. Tot 1961 was Ouwerkerk een zelfstandige gemeente. Daarna maakte het tot 1997 deel uit van de gemeente Duiveland.
Ouwerkerk is het oudste dorp van het voormalige eiland Duiveland, misschien al gesticht in de elfde eeuw. Het dorp kreeg zijn naam nadat ook in Nieuwerkerk een kerk was gebouwd. De naam van Ouwerkerk voor deze nieuwe kerk gebouwd werd is niet bekend.
De middeleeuwse toren van de kerk, oorspronkelijk gewijd aan Geertruid, werd in 1945 opgeblazen door Duitse troepen, waarbij ook de kerk zelf zwaar beschadigd raakte. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werden de restanten van de kerk en toren afgebroken.
In 1956 werd een nieuwe kerk gebouwd, in 1957 werd de losstaande toren voltooid. Tijdens de Watersnood van 1953 werd Ouwerkerk zwaar getroffen: één op de zes inwoners kwam om. Ook veel gebouwen, waaronder een houten achtkante korenmolen, gingen verloren.
Bij het dorpje Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland slaat het water in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 een geweldig gat in de dijk.
Het dorpje ligt een paar kilometer landinwaarts. Het gat van Ouwerkerk schuurt uit tot het op een na grootste van het hele rampgebied. Het is uiteindelijk 200 meter breed en perst tweemaal per etmaal 40 miljoen kubieke meter water de Vierbannenpolder in.
Van de 565 inwoners van Ouwerkerk komen er 91 om. Landelijke bekendheid krijgt het omdat het pas na negen maanden als allerlaatste dijkgat kan worden gesloten. Het zogenoemde Sluitgat.